Schade, technische mankementen of andere vragen? We lossen het gewoon samen op!

Hoe netjes jij ook in jouw auto rijdt en hoe goed we ons best ook doen, schade of technische mankementen kunnen we met elkaar niet altijd voorkomen. Dat het vervelend en lastig is, begrijpen wij maar al te goed. Jij wilt maar één ding: verder! Dat is precies waar wij voor zorgen. We zetten jou weer in beweging. Dus wat er ook aan de hand is, bel ons of mail ons. Dan lossen we het gewoon samen op.

0181 47 00 70 info@promobility.nl
Vraag stellen

Heb je een vraag? Neem gerust contact met ons op

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Zaanstad beweegt

17 juli 2021

Het bruist in Zaanstad. Er ontstaan nieuwe wijken, bedrijven en initiatieven. Allemaal met nieuwe kansen en uitdagingen. Kortom, Zaanstad beweegt. En dat is goed! Als mobiliteitspartner zijn wij vóór beweging. Want waar bewogen wordt, daar is vooruitgang, daar liggen kansen, daar is toekomstperspectief. Als trotse Zaanse ondernemer met mobiliteit als core business, ontfermen we ons met liefde en oprechte betrokkenheid over de mobiliteit en bereikbaarheid van Zaanstad, nu en in de toekomst. Hoe? Door de krachten te bundelen van ondernemers, bewoners en (overheids)instellingen uit Zaanstad, samen het gesprek aan te gaan en vooruit te kijken. Want samen houden we Zaanstad in beweging. De vraag is: hoe doen we dat op een veilige, verantwoorde en toekomstbestendige manier? 

Wat is de visie van andere betrokkenen op mobiliteit? Dick gaat in gesprek met Henk Kleef. Sustainability advisor en mede-eigenaar van de Nederlandse OEM TRENS Solar Trains. Je kunt wel stellen dat duurzaamheid ‘zijn ding’ is. En dat sluit mooi aan bij de persoonlijke nieuwsgierigheid van Dick en kernwaarden van ProMobility. Dick legt Henk een aantal stellingen voor over mobiliteit en duurzaamheid.

De elektrische fiets is in 2040 het belangrijkste vervoersmiddel.

Henk: “Ja, ik denk dat de elektrische fiets enorm belangrijk gaat worden. Maar niet alleen de fiets, ook steps, deelscooters, etc. Eén ding staat volgens mij als een paal boven water: we zijn af van het standaard model dat je met je eigen auto van A naar B gaat.”

Dick: “Ik vind dit een heel interessant onderwerp. Maar als je kijkt naar het bedrijfsmatige stuk, dan pijnig ik mijn hersenen over het verdienmodel van bijvoorbeeld die deelscooters. Wat is het business model? Hoe gaan we die kostprijs bestendigen, met alle variabelen die erin zitten, zoals verzekeringen en afschrijvingen, etc.? Ik krijg dat in mijn hoofd niet rond gerekend, met de kaders die er nu zijn. Hoe zie jij dat?”

Henk: “Hoe het kostentechnisch zit, weet ik niet en kan ik ook niet voorspellen. Maar ik kan wel een vergelijk maken met de ontwikkeling van pakketdiensten. Vroeger was het versturen van een pakketje relatief duur, door de schaarste. Vandaag de dag zijn de kosten aanzienlijk gereduceerd, door het groeiende volume. Hoe dan ook geloof ik heel erg in het model, of het nou scooters of steps zijn, dat we overstappen naar betalen voor gebruik dan dat we denken in bezit. En dat zal uiteindelijk, door het groeiende volume, een bestendig business model gaan worden. Hoe precies? Dat zal de tijd leren.” 

Deelauto’s hebben de toekomst. In de toekomst hebben we geen eigen auto meer, maar delen we deze met andere mensen in de buurt.  

Henk: “Ja. Daar geloof ik heilig in. Het traditionele model van vroeger dat een auto een statussymbool is dat je koopt, is niet meer. Dat heb ik al ervaren toen ik nog bij Super B werkte. Daar had ik ook veel contact had met studenten. Velen hebben die gedachten al helemaal niet meer. Die willen geen auto kopen of hebben, maar alleen gebruiken als ze die nodig hebben. Er zijn al nieuwbouwprojecten waarbij niet meer rekening wordt gehouden met 1,5 parkeerplek per huis, zoals vroeger het geval was, maar met slechts 0,3.”

Dick: “Denk je dat die deelauto voor mensen de eerste auto is, of de tweede?”

Henk: “Ik denk dat de jongeren, die voor het eerst gaan werken en in drukke binnensteden wonen, een deelauto als eerste auto gebruiken. Zij nemen ons mee als maatschappij. Anderen, de wat oudere deelgroep, zullen de deelauto denk als tweede auto gebruiken.”

Dick: “En zo moeten we denk samen aan community’s bouwen, die samen deelauto’s gebruiken en netjes houden. Ik geloof ook wel in die verschuiving van het traditionele model naar deelauto’s. Maar ook hier breek ik weer mijn hoofd over het verdienmodel. Iemand, of een partij, moet die auto toch aanschaffen en verzekeren. Wie is dat dan? En hoe werkt dat? Ik denk dat het een kwestie van doen is en dat de praktijk zal uitwijzen hoe dit zich dit ontwikkelt.”

Henk: “Je triggert mij met het buurtidee. Dat je als community samen een auto deelt. Dat zie je nu ook in straten en dat vind ik persoonlijk wel lastig. Je bent dan dus gebonden aan die auto die toevallig in jouw buurt staat. De volgende stap zou zijn dat je een keuze hebt welke deelauto je pakt. Dat is fase twee denk ik, die komt als fase één is genomen, met alle hindernissen zoals jij ook zegt.”

Dick: “Marc (lees: mede-eigenaar ProMobility) vroeg mij vijf jaar geleden: ‘Dick, waar gaan we naartoe met die deelauto’s?’ Daar heb ik toen een nacht wakker van gelegen en zo kwam ik op het idee van de SPB deelauto: Straat Postcode Buurt. Met focus op de mobiliteitsbehoefte per buurt. Per buurt onderzoek je de mobiliteitsbehoefte aan de hand van de levensfase van de mensen die er wonen, de populatie, behoefte, het inkomen. Als je dat weet, kun je passende deelauto’s neerzetten. Als je daar een coöperatie van zou kunnen maken, met een aantal deelnemers en een gezamenlijk mobiliteitsbudget, dan ontstaan er heel plaatselijk community ’s met eigen deelauto’s, die je kunt op- en afschalen. Want als ik nu in mijn buurt om mij heen kijk, staan er denk wel 50 auto’s stil.”

Henk: “Eens. Ik geloof dat een auto op dit moment maar 13 of 17% wordt gebruikt. Een belachelijk laag percentage. Dat kan zeker anders.”

Het bedrijfsleven heeft een voorbeeldfunctie in de verduurzaming van de maatschappij. Als bedrijven zich duurzamer gedragen, volgen consumenten vanzelf.

Henk: “Ik denk dat het een combinatie is. Het klassieke model is dat bedrijven luisteren naar wat klanten willen en dat doen. Ook wat betreft verduurzaming. Er zijn ook bedrijven nog meer gericht op de maatschappelijke ontwikkelingen, die uit zichzelf van nature zeggen: we willen duurzamer worden. En dan is er ook de overheid nog die een belangrijke rol speelt. In mijn ogen kan de overheid winst behalen in die faciliterende rol. Nu zie je vaak dat de wet- en regelgeving er hopeloos achteraan loopt en verstikkend in plaats bemoedigend werkt. Kijk bijvoorbeeld naar de verschillende milieuzones die worden ingevoerd in steden. We kijken naar de zonering, laadpalen, de Europese richtlijn en dat is het. Terwijl er, naar mijn idee, zo veel meer kansen liggen met alle data en techniek die we hebben. Je kunt hiermee schitterende woon-, werk- en winkel-zones creëren waar het mooi is, waar het groen is, waar je kunt ontspannen en waar je ondertussen stimuleert dat we allemaal wat zuiniger zijn op de maatschappij. Dus ik denk: zeker mee eens, iedereen heeft een voorbeeldrol. Maar over het algemeen denk ik dat bedrijven zich laten leiden door wat hun klanten graag willen. Die verantwoordelijkheid ligt dus breder. Ook bij de overheid bijvoorbeeld.” 

Dick: “Ik vind ook dat bedrijvenverenigingen en -terreinen daar zeker een rol van betekenis in spelen. In samenwerking met de overheid. Dan zou je veel meer kunnen versnellen. Mijn ervaring is dat het daar soms schuurt, dat het lastig is om die koppeling te maken. Al die kolommen opereren individueel. Alle goede mensen en bedoelingen ten spijt, ze verstikken in het systeem. We zetten elkaar klem. Ik zie zo veel potentie en kennis in het regionale bedrijfsleven, dat kunnen we naar mijn idee beter uitnutten, binnen onze regio’s.”

Henk: “Mooi dat je dat zegt. We zijn te veel gewend om ‘one liner’ politiek uit te voeren, met (onbewust) te veel ‘one size fits all’ oplossingen. Waar dit ook overgaat, is meer lokale expertise. Ik zeg niet dat het een oplossing is, maar het zou een richting kunnen zijn die heel erg kan helpen. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende bedrijven die gebruikmaken van data van elektrische auto’s. Je zou die kennis veel breder kunnen inzetten, voor de positionering van laadpalen en gerichte ontlasting van het overspannen elektriciteitsnetwerk bijvoorbeeld. Ik denk dat regionale oplossingen veel efficiënter en slimmer kunnen, maar dan moeten mensen wel het lef hebben om zich te verdiepen in de materie.”

Dick: “Zeker. En ook accepteren dat dingen soms anders uitpakken in praktijk. En dan gaat het niet om ‘fout’ en ‘mis’, maar dat we leren en bijsturen. Ik vind de cultuur nu wel erg hard. Dingen onderzoeken en uitvinden vraagt energie en doorzettingsvermogen. Henk, daar weet jij alles van met Solar Trains. Je moet een goed uithoudingsvermogen hebben…”

Henk: “Absoluut. Laat dat nou één van de mooie dingen zijn die we leren van de coronacrisis. Ik vind het mooi en krachtig, zeker in het begin, hoe de Nederlandse politiek erin stond met: we weten maar 50%, op basis van daarvan moeten we nu keuzes maken en het kan best zijn dat het later anders wordt. Dat werkte in het begin perfect. Later werd dat door andere zaken wat negatiever. Maar zo zouden we wat mij betreft ook met verduurzamen om moeten gaan. Een open houding met z’n allen.”

Iedere zakelijke berijder zou verplicht voor een elektrische leaseauto moeten kiezen. Het is onacceptabel om als zakelijke rijder in deze tijd voor een brandstofauto te kiezen. 

Henk: “Nee, daar ben ik het niet mee eens. Ik geloof niet in verplichting, maar in verleiding. Die elektrische auto moet zó aantrekkelijk zijn, dat-ie het altijd wint van een brandstofauto. Forceer je dit, dan geloof ik niet dat het gaat werken.”

Dick: “Helemaal eens. En laten we wel wezen, er zijn eigenlijk alleen maar voordelen. Conclusie is dus dat de elektrische auto zichzelf verkoopt.”

Overheden moeten meer investeren in duurzaam openbaar vervoer dan in auto(snel)wegen. 

Henk: “Daar raak je de kern dat overheden te weinig ingesteld zijn op wat allemaal mogelijk is. Het gaat niet per se over het kiezen tussen de ene standaard of het andere. Kijk bijvoorbeeld 20 à 30 jaar in de toekomst, naar het autonoom rijden. Hebben we dan wel openbaar vervoer nodig? In mijn beleving gaat het dus niet zozeer om de keuze wel of geen openbaar vervoer. In 2030 gaan we misschien wel met grote bussen naar de rand van de stad en dan met kleine compacte OV-busjes de stad in. Dat is een verandering die je absoluut zult gaan zien. Nog meer snelwegen aanleggen, is ook geen oplossing. De overheid zou veel meer na moeten nadenken: hoe ga je met het huidige elektrische netwerk om, waar komen de laadpalen, etc. Dus bijvoorbeeld ingesteld op het idee: hoe richten we onze infrastructuur in dat we straks meer deelauto’s kunnen faciliteren.”

Dick: “Ik denk dat het een samengesteld mobiliteitsconcept wordt. Je zal lease houden, je zal aanschaf houden, je zal eigendom houden, je zal delen hebben. En dat zal zich in de loop van de jaren ontwikkelen…”